

Afgelopen jaren heeft SLO een aantal workshops gehouden waarbij leidsters en leerkrachten zelf kindersoftware konden uitproberen en vervolgens discussieerden over de vraag hoe de computer in de groep het beste zou kunnen worden gebruikt. Wat opvalt, is dat leidsters en leerkrachten bij het bekijken van programmaatjes toch vaak enkel naar cognitieve inhouden zoeken, in plaats van de software op haar ontwikkelingsstimulerende waarde te beoordelen. "Ja, dit is leuk, want hiermee kunnen ze de vormen en de kleuren oefenen..."
Als we vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief kijken hoe kinderen gezamenlijk ontdekkend leren met bijvoorbeeld "Druppel", zien we dat de waarde van de computerhoek veel breder is.
In het observatie-instrument "Kijk op ontwikkeling" (J. Jongerius en I. Markus, SLO, 2001) wordt de competentieontwikkeling van jonge kinderen in de onderstaande domeinen onderverdeeld.
Deze competenties zouden we de "kerndoelen van het onderwijs aan jonge kinderen" kunnen noemen. Het instrument bevat bij elk domein een aantal kijkpunten waaruit een goed herkenbare ontwikkelingslijn naar voren komt.
Cognitieve competentie
Onder de cognitieve competentie wordt in “Kijk op ontwikkeling” verstaan de toenemende zelfstandigheid van het kind door betekenisvol en weloverwogen handelen en communiceren. Vanuit dit brede cognitieve perspectief kan de leerkracht observeren of een kind de bedoeling van een computerspelletje begrijpt, deze kan uitleggen en ernaar kan handelen.
Creatieve competentie
"Creativiteit” wordt niet gereduceerd tot tekenen, knippen en plakken, maar wordt omschreven als “nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, onderzoekende houding en originaliteit”.
Voorzien van speelse, avontuurlijke kindersoftware is de computerhoek zeker één van de hoeken waar deze eigenschappen verder ontwikkeld en gestimuleerd kunnen worden.
Motorische competentie
De enige competentie die duidelijk maar een marginale rol speelt in de com-puterhoek is de motorische competentie.
Bij het werken aan de computer komt van bewegen niet zoveel. De veelgenoemde “muisvaardigheid” of “oog-hand coördinatie” voegt weinig toe aan de lichaamsbeheersing en het algehele plezier in bewegen.
Sociaal-emotionele competentie
Bij de sociaal-emotionele competentie staat de ontwikkeling van zelfvertrouwen en het vermogen tot samenwerken en rekening houden met anderen centraal: initiatief nemen, het verwoorden van eigen gevoelens, hulp vragen, gedrag en bedoelingen van anderen begrijpen en er adequaat op reageren.
Ook deze eigenschappen komen volop aan bod in de computerhoek: kinderen geven elkaar uitleg en aanwijzingen, doen elkaar na of vechten om de muis. Als ze tenminste samen mogen werken en niet door koptelefoons van elkaar geïsoleerd worden. Kortom, wat er rondom het scherm gebeurt, is minstens even belangrijk als wat er op het scherm gebeurt.
Zintuiglijke competentie
Ook bij het stimuleren van de zintuiglijke competentie, het vermogen om in-formatie uit de omgeving te begrijpen, toegroeiend naar symbolische infor-matie, kan de computer prima benut worden.